Home / Startpagina
 
 
 
 

 

 PT
NL
FR
EN
Doelstelling

 




De Diepe Rivieren is een vzw (vereniging zonder winstgevend doel), gesticht op 25.11.1994 door Dirk Van Dijck, Hilde Marckx en An De Donder.
Het doel van de organisatie bestaat onder meer in het opzetten en ondersteunen van ontwikkelingsprojecten in Zuid-Amerika en meer bepaald ten voordele van de inheemse Yanomami-bevolking in Noord-Brazilië (statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8.3.1995, nr 4088/95).

A.  UITGANGSPUNT

Uitgangspunt was de voortzetting van het werk van SIMON LEFEVERE (een Vlaams ontwikkelingshelper, vermoord in 1995, in Manaus) die gestart was met een socio-economische begeleiding, naast tweetalige alfabetizering (Portugees-Yanomami) van de Yanomami-indianen van Apui, aan de Rio Marauiá, in N.W.-Brazilië.

In het kader hiervan wilde hij beginnen met de kweek van CAPIVARA’S.
De capivara is het grootste knaagdier ter wereld (tot 45 k.), gemakkelijk te domesticeren en zeer productief.

Omdat door een snelle bevolkingsaangroei (betere medische voorzieningen) en steeds grotere woonkernen (‘planning’ door de betrokken administraties) overbejaging een probleem wordt, zou de capivara een belangrijke proteïne-leverancier moeten worden voor de plaatselijke bevolking.  Bovendien lenen zowel huid als haren van het dier zich uitstekend tot commercialisatie (leder voor werkhandschoenen, verfborstels).

In de optiek van Lefevere zou dit kleinschalig veeteelt-programma het centrum moeten worden van de economische activiteit aan de Rio Marauiá.  Na zijn tragisch overlijden was dit in een eerste faze (1995-1999) ook gerealiseerd, echter niet met de beoogde diersoort:  het vangen, en vooral het in leven houden van de voor de kweek benodigde jonge capivara’s (oudere dieren kunnen niet worden gedomesticeerd) bleek veel moeilijker dan ingeschat, zodat, om de gerealiseerde infrastructuur niet onbenut te laten, voorlopig werd overgeschakeld op VARKENSKWEEK, die de locale bevolking van een markt voorziet waar ze landbouwproducten kwijt kan (als veevoeders:  caroeira , afval van maniok, macaxeira, cará, cana en capim, knollen en grassen die gemakkelijk groeien en de bodem niet nodeloos uitputten).

Geleidelijk aan werd het  ontwikkelen van - andere – ECONOMISCHE (RUILHANDELS)
ACTIVITEITEN minstens even belangrijk.  De oorspronkelijke ruilhandel op basis van landbouwproducten werd uitgebreid tot producten die met de kwekerij als dusdanig niets te maken hadden.  Dit gebeurde spontaan, als consequentie van de aanwezigheid van de door het project opgerichte ruilhandelspost.  Het gaat voornamelijk om:

CIPÓ-HANDEL:  Cipó is een harde liaansoort die, gedroogd, gebruikt wordt in de meubelindustrie (cfr. onze rotan-meubelen) en voor het vervaardigen van bezems.  Voor 1999 werd gespeculeerd op 5 ton.  Dat zijn er uiteindelijk 17 geworden.  Waarde:  10.000 Euro. In 2.000 was dat al 17.000 Euro om in 2001 om en bij de 25.000 Euro te stoppen (een absoluut record in de streek). Door problemen met een plaatselijke, machtige NGO kon de handel niet worden verdergezet (cfr.geschiedenis).

ARTESANALE PRODUCTEN:  Voor 2000 werd een afnemer gevonden
in Saõ Paolo voor een proefbestelling van 1.200 gevlochten manden.  Waarde: 5.000 Euro. Ook deze handel stopte noodgedwongen in 2001.


 
B. UITWERKING 1994 _2001

b.  1.  Algemeen – samenwerking

In 1999 kwam het tot een akkoord tussen de Braziliaanse N.G.O. SECOYA (cfr. supra) en OS RIOS PROFUNDOS betreffende een efficiënte werkverdeling op de Rio Marauiá:

SECOYA stelt zich tot doel het fysieke en socioculturele welzijn van de Yanomami te beschermen zonder hun zelfbeschikkingsrecht aan te tasten.  (‘garantir o bem estar físico e sociocultural de forma autodeterminado do povo Yanomami da região)

Naast gezondheidszorg en tweetalig onderwijs (Yanomami-Portugees) behoort ook de economische ontwikkeling tot haar takenpakket.  Omdat de eerste twee aspecten van haar opdracht de haar beschikbare middelen volledig opslorpen, werd voorgesteld dat Os Rios Profundos de coördinatie op zich zou nemen van de ‘…ONTWIKKELING VAN DE PRODUCTIE- EN RUILACTIVITEITEN VAN DE YANOMAMI, AANGEPAST AAN HUN SOCIO-CULTURELE CONTEXT EN MILIEU, ZODAT ZE TOEGANG KUNNEN KRIJGEN TOT VOOR HEN NOODZAKELIJKE EN NUTTIGE VOORWERPEN EN MATERIALEN ZONDER HUN ZELFBESCHIKKINGSRECHT OF HUN TRADITIONELE CULTURELE, POLITIEKE EN ECONOMISCHE STRUCTUREN TE VERLIEZEN.’
(‘…desenvolvimento das atividades de produção e cantina Yanomami adequada ao contexto sociocultural e ambiental,possibilitando aos mesmos o aceso à objetos e materiais necesários e úteis sem a perda da sua autodeterminaçõ e sem perda do seu padrão cultural, político e econômico.)

In feite bestond de samenwerking al langer, maar eerder op toevallige basis, niet structureel.  Zo coördineerde Os Rios Profundos het vervoer van bouwmaterialen en de constructie van van de gezondheidspost, annex schooltje het in afgelegen Ixima.  Uiteraard wordt, indien nodig, het transport verzekerd van zieken, geneesmiddelen of bloedstalen (malaria).

Bovendien werkt de organisatie ook samen met ISMA (INSPETORIA SALESIANA AMAZONAS) en de Salesiaanse Missie op de rivier (de dorpen Pohoro en Xamatá) voor de gezamenlijke verkoop van cipó en artesanale producten.

Ten slotte wordt voor de verkoop van deze beide producten ook nog samengewerkt met FOIRN (FEDERACÃO das ORGANIZACÕES INDIGENAS do RIO NEGRO in São Gabriel da Cachoeira) en COIAB (COÖRDENACÃO das ORGANIZACÕES INDIGENAS AMAZONAS BRASIL in Manaus).  
 
b. 2.  Specifiek
 
-  Doelgroep

Het project omvat de acht Yanomami-gemeenschappen van de Rio Marauiá:  Cancão, Bicho-Mirim, Irapagé, Xamatá, Pohoro, Ixima, Pukima en Kona.  Bevolking:  1000 Indianen binnen de grenzen van het Yanomami-reservaat.  Enkel de kleine gemeenschap van Cancão heeft zich buiten het reservaat gevestigd.  In een later stadium kan worden overwogen, verder bouwend op de huidige ervaringen, het project uit te breiden tot de Rio Demini, die eveneens tot het bevoegdheidsterrein van Secoya behoort.

-  Consolidering van de bestaande ruilhandel:

1.  Landbouwproducten:  De aanwezigheid van de varkenskwekerij staat garant voor het voortbestaan van deze handel.  Vleesverkoop financiert de aankoop van de benodigde ruilproducten.  In overleg met João Silveiro Dias (FUNAI) en Silvio Cavuscens (Secoya) is besloten de vleesproductie kleinschalig te houden om te beletten dat de verbouwing van gewassen ten behoeve van de veestapel ontspoort met nadelige ecologische gevolgen. 
5 ton vlees volstaan ruimschoots om in de behoeften van de onmiddellijke buren te voorzien.
N.B. 1.  Deze ecologische reserve komt te vervallen als  kan worden overgeschakeld naar capivara-kweek.
N.B. 2.  Ook betreffende de aard  van de aangeboden ruilproducten bestaat er een voortdurend overleg tussen de betrokken organisaties.  Uiteraard staat de nutsfunctie centraal in dit debat, maar ook de ecologische en culturele impact (van bijvoorbeeld een overaanbod aan jachtgeweren en lichte zogenaamde staartmotoren, de rabetas).  Dat betekent ook dat de ruil van sommige producten wordt aangemoedigd ( met betrekking tot hygiëne en gezondheid bijvoorbeeld:  zeep, muskietennetten voor hangmatten, muskietengaas voor de afsluiting van huizen e.d.).

2.  Cipó-handel:  Het afzetgebied voor dit product situeert zich in Manaus waar enkele grote opkopers de productie van de binnenlanden van Amazonas opkopen om ze nadien verder te verkopen in Rio of São Paolo (meubel-industrie).  Om hun winst zo groot mogelijk te houden drukken ze de prijs, ten nadele van de kleine producent.  Omdat de gemeenschappen van de Rio Marauiá hun product gezamenlijk aanbieden behoren zij al tot de categorie van de grotere producenten met een veel sterkere onderhandelingspositie.  Opkopers zijn geneigd leveranciers van deze orde – er wordt gespeculeerd op 24 ton voor 2000 – een betere prijs te geven.  Hoedanook kunnen er zich jaarlijks prijsschommelingen voordoen, afhankelijk van het seizoen, die de constructie van een droog(stockeer)loods noodzakelijk maakt;  de voorraad kan op die manier veilig worden bewaard tot de prijs opnieuw de hoogte in gaat.  Cipó-oogst is voor de Yanomami ideaal.  Voorlopig lijkt er aan afnemers in het zuiden van Brazilië nog geen gebrek. De lianen worden in het bos ‘getrokken’ langs speciaal daarvoor gemaakte ‘trilhas’ (padjes), er moeten geen bomen voor worden omgehakt, en na drie jaar kan er op dezelfde plek weer worden geoogst.  Een ecologisch en cultureel gezonde situatie dus (Yanomami winnen de lianen ook voor hun eigen vlechtwerk).
Het enige – en niet geringe – probleem situeert zich op het vlak van het vervoer, maar mits enige infrastructurele investeringen kan dit nog vóór het einde van het jaar worden opgelost (cfr. infra).

3.  Artesanale producten:  Deze markt valt moeilijker te consolideren. Grote afnemers van vroeger, zoals Arteindia (afhankelijk van FUNAI in Manaus) en de Missie (ISMA) kopen het Yanomami-aanbod (vlechtwerk, manden, pijl en boog etc.) niet langer op bij gebrek aan afnemers.  Hoewel Os Rios Profundos eind vorig jaar bij een grote distributieketen van indiaans handwerk (ETHNIX, São Paolo) een belangrijke bestelling binnenhaalde voor 2000, is het niet duidelijk of het hier om een duurzaam samenwerkingsverband gaat.  Momenteel organiseert Nicole Freyris binnen COIAB, in Manaus, een dienst die zich uitsluitend zal bezig houden met het commercialiseren van deze producten.  Met deze dienst zal in de toekomst constant worden overlegd.

- Vervollediging en verbetering van de infrastructuur

Het transport van cipó is een dure en gecompliceerde aangelegenheid.
Duur omdat, behalve Cancão, Bicho-Mirim en Irapagé, alle dorpen zeer afgelegen zijn, zodat eender welk vervoer hoge benzinekosten met zich meebrengt. Het is dus belangrijk te beschikken over grote boten (jatas met een capaciteit van 2 á 3 ton) om zoveel mogelijk te vervoeren in zo weinig mogelijke reizen.  Momenteel is er slechts één zo’n boot beschikbaar (1,5 á 2 ton) voor het traject Alto-Marauiá – Piraiba (d.i. de eerste stroomversnelling stroomafwaarts).  Daar wordt het transport door vele kleinere bootjes overgenomen.  Want er volgen nog 4 andere, gevaarlijke stroomversnellingen waar de boten bij laag water moeten worden overgetrokken (het zijn dan echte watervallen), nadat ze zijn uitgeladen.  Grote, zware boten worden hierbij te gemakkelijk beschadigd, wat hun levensduur verkort.  Omdat de meeste stroomversnellingen op vrij korte afstand van mekaar liggen (nl. Piraiba – Tucumã – Irapagé en Bicho-Açu – Bicho-Mirim) betekenen de kleine bootjes niet zoveel tijdverlies. Dat is echter wél het geval voor de afstand Irapagé –Bicho-Açu, zodat een grotere boot hier noodzakelijk is, met dien verstande dat het vaartuig constant tússen de stroomversnellingen blijft (er niet óver).  Een derde grote boot tenslotte moet het vervoer verzekeren tussen Bicho-Mirim en Puraquequara, de thuisbasis van het project, net buiten het reservaat.  Daar wordt de voorraad opgeslagen tot er 5 á 6 ton beschikbaar is, welke dan met dezelfde boot worden vervoerd naar Santa Isabel do Rio Negro om van daar te worden verscheept met grote rivierboten tot Manaus, 750 km verder.
Behalve de twee (houten) vrachtsloepen, is er ook nog een lichtere aluminium boot en een buitenboordmotor van minstens 8 PK voor het werk tussen de stroomversnellingen.

Verder is het van belang dat de Yanomami hun product ter plaatse kunnen ruilen, om onnodige migratie tegen te gaan (Santa Isabel, waar ze maar al te vaak worden bedrogen), m.a.w. dat elk dorp beschikt over een eigen (kleine) ruilhandelspost.  Vijf van de acht dorpen kunnen terugvallen op de al gerealiseerde voorzieningen van de aanwezige organisaties:  Cancão en Bicho-Mirim (Os Rios Profundos in het nabijgelegen Puraquequara),  Xamatá en Pohoro (de Salesiaanse Missie) en Ixima (Secoya). Ontbreken nog:  Irapagé, Pukima en Kona.  Om een goede, continuë werking van deze posten te garanderen is het wenselijk dat ze bij hun aanvang al kunnen beschikken over een minimum voorraad ruilwaren;

Absoluut noodzakelijk is bovendien de aanschaf van radio-apparatuur om de communicatie tussen het hoofdkwartier van Os Rios Profundos te vergemakkelijken.
doel.

D. ONDERHOUD EN UITBOUW INFRASTRUCTUUR (2001 -2009)

Door een conflict (intrekking verblijfsvergunning) met Secoya werden hogergenoemde activiteiten stopgezet of teruggebracht tot een minimum (geen gekwalificeerd personeel om de werking ter plaatse te coördineren).
Wel werd gedurende acht jaar de aanwezige infrastructuur onderhouden en uitgebouwd met het oog op een latere verderzetting v an het project.

D. EEN NIEUW PROJECT: EEN OPLEIDINGSCENTRUM

In 2008 werd ANNE BALLESTER, een Frans-Canadese die sinds 1994 werkzaam is in de alfabetizering (tweetalig onderwijs), bereid gevonden de coördinatie van een opleidingsproject aan de Rio Marauiá op zich te nemen.

In 2009 werd een schooltje en een gastenverblijf gebouwd.

Details hierover zijn voorlopig enkel beschikbaar in het Frans (cfr. infra)
De Nederlanse versie (volgende hoofdstuk) is in voorbereiding

(klik op foto voor een vergroting)